Beschrijving Jodensavanne 1828

By M.D. Teenstra

De landbouwkundige M. D. Teenstra is de schrijver van het in 1835 uitgegeven standaardwerk "de landbouw in de kolonie Suriname". In 1828 bezocht hij de Jodensavanne

Tekst gedigitaliseerd door Mike Becker

De Joden Savane is een weinig beteekenend dorp of eene buurtschap, zijnde een eigendom en de voormalige zetel van Portugesche Joden, doch nu meer en meer in verval gerakende, liggende in de divisie Boven-Suriname, tien uren en dus twee tijen varens boven Paramaribo, echter aan de andere zijde (en dus in het opvaren aan den linkeroever) der rivier Suriname, alwaar dit romaneske dorpje op eene hooge zandrits gebouwd is. Dan ten einde dit dorpje eenigermate te doen kennen, zal ik hier een uittreksel uit mijn reisjournaal laten volgen.

(Vrijdag, den 12 September 1828.)

En nu kregen wij den schilderachtig gelegenen heuvel, op welken eene van steen gebouwde synagoge staat, in het gezigt. Voor dit stille dorpje ligt midden in de vischrijke rivier een bevallig Tabbetje of langwerpig, onbewoond eilandje, hetwelk in den kronkelenden stroom een verrukkelijk fraai gezigt oplevert, zijnde geheel en al begroeid met boomen, heesters en struikgewassen, waaronder eene menigte dorenheesters met kleine, ronde bladeren, hier Branti-Maka 1) geheeten, alsmede bloemdragende heesters, welke door enkele of kleine groepen van opgaande boomen afgewisseld werden ; terwijl aan den oever de sponsachtige waterplant Mokke Mokke (Alum) groeit, welke, met hare stevige, groote, breede bladeren van eene donkergroene, glinsterende kleur, veel naar het driekantige blad der Taijers gelijkende, met haren gelen, tulpvormigen bloesem, bij de kleuren van de in de donkerheid verschillende bladeren der boomen, het witte en roode der huizen en het graauwe en groene der savaneheuvels, eene allerbekoorlijkste mengeling in de spiegelende effene vlakte der rivier opleverde.

Voor en aleer men nu aan den groenen heuvel of aan den zoogenaamden berg komt, heeft men aan deszelfs voet eenige militaire gebouwen, welke groep men door de rood geverfde deuren en vensters, terwijl de overige huizen geteerd zijn, van partikuliere woningen onderkennen kan ; alwaar de kommanderende officier van den achter dit dorp gelegen militairen post Gelderland zijn verblijf en een piket heeft.

Niet minder aanlokkelijk deed zich de buurt, welke boven op den heuvel rondom de synagoge gebouwd is, van hier aan ons nieuwsgierig oog voor ; derzelver statige stilte deelde iets deftigs en eerbiedwekkends mede, en deed ons onwillekeurig aan de aartsvaderlijke tijden en leefwijzen denken. Dan vele bekoorlijke tafereelen moet men, gelijk ons de ondervinding maar al te dikwerf leert, nimmer dan uit de verte aanschouwen, wijl zij, van nabij gezien, veeltijds uit de hand vallen, eveneens als de geschilderde tooneelschermen. Genot bestaat in ons doel na te jagen ; het bereiken daarvan doet het genot eindigen ; en wijl wij menschen veelal met hersenschimmige vooruitzigten van een denkbeeldig geluk met allen ijver ter bereiking van dit zoo gewenschte doel streven, maken de droombeelden, die wij ons zelven scheppen, ons gelukkiger, dan het aanwezen der zaak zelve. Eindelijk zullen wij in meergevorderde jaren gelooven, en met Salomo, then wijzen Koning, uitroepen, dat alles ijdelheid der ijdelheden is, tooneeltooi, zinsbegoocheling en schijnschoon, wat op's werelds tooneel ons menschen omgeeft en onledig houdt.

Ook hier vond hetzelfde plaats met de beschouwing van de Joden Savane, nadat wij den groenen heuvel beklommen hadden. Ook deze buurt moet slechts in liet verschiet gezien worden ; overal ontwaart men drukkende armoede op de puinen van voormalige grootheid ; men vindt er eenige grijze , afgeleefde Israelieten in oude bouwvallige huizen, welke door verwilderde tuinen omgeven zijn. Echter is het gezigt van dezen heuvel op liet bovengenoemde tabbetje, dat zich in de lengte naar den loop van dezen bruinen, kalmen stroom uitstrekt, allerliefst, terwijl men nu van boven op hetzelve nederziet.

Wij bragten, na de geheele buurt en synagoge in oogenschouw te hebben genomen, den avond in het aanzienlijkste huis dezer buurt, bij den Heer J. de la Parra, in gezelschap van eenige goede oude lieden door, als la Parra, Nassy, J. H. de Meza en B. H. da Costa, alle afgeleefde Joden van tusschen de 70 en 80 jaren, welke ons met eene zigtbare belangstelling de opkomst en vroeger hier bestaan hebbende privilegien mededeelden, terwijl zij zich eenparig over het ontnemen van hunne eigene private regtbank beklaagden. Ook voorzagen deze gastvrije menschen, welke reeds als met het eene been in het graf stonden, op zeer gegronde reden, dat hunne woningen na hun overlijden, gelijk reeds zoo vele anderen, ledig en onbewoond zouden blijven.

Volgens hun verhaal, waren hunne voorouders door de vervolgingen uit Spanje en Portugal herwaarts gevlugt, hebbende in 1632 van ons Gouvernement verlof bekomen , om zich op deze Savane met der woon neder te zetten ; echter was het niet voor Augustus 1691, dat de eigenaar van dezen grond, zijnde Samuel Nassy, hun dit etablissement in vollen eigendom afstond, er nog 25 akkers van de nabij gelegene weide bijvoegende; de Gouverneur Scherpenhuizen begiftigde hen nog daarenboven met 100 akkers, waarvan de giftbrief nog in de verzameling der privilegien, titel 8, d.d. 12 September 1691, gevonden wordt.

De synagoge werd in de jaren 1685 en 1686 (welk laatste jaartal van ijzeren ankers aan den westelijken gevelmuur staat) gebouwd 2), en staat w.-z.-w. en o.-n.-o. op een hoog, ruim plein, zijnde de vlakke kruin van eenen heuvel, 10 A 12 Ned. ellen boven den gemiddelden stand der rivier. De synagoge zelve, van een eenvoudig van hout gemaakt en zwart geverfd traliehek omgeven, is ook, gelijk derzelver hooge, ter weerzijden gelegene stoepen, geheel van tigchelsteenen, met twee zoodanige opgaande gevels, opgetrokken, zijnde een hecht-sterk gebouw, zonder toren, klok of uurwerk ; hetzelve is 93 Rijnl. voeten lang, 42 voeten breed en 33 voeten hoog. Binnen gaande, ziet men een houten gewelf, hetwelk door pilaren van echt bruinharthout onderschraagd wordt. In het westelijk einde is een zolder, welke ruim een mans lengte boven den anderen vloer ligt, bevattende de zitplaatsen voor de vrouwen ; onder dezen zolder vindt men drie vertrekken, in een van welke de regtbank der Joden zitting heeft gehouden. Dit privilegie werd hun door Anna, Koningin van Engeland, verleend, waarin tevens bepaald

was, dat zij gedurende hunne hooge feesten van alle regterlijke vervolgingen hunner schuldeischers bevrijd en buiten aanspraak waren ; echter is deze private regtbank, welke ter eerste instantie in civiele zaken tot en met de som van vyfhonderd guldens uitspraak deed, even als hunne verdere privilegien, vervallen, en op den 4 Julij 1825, in gevolge Koninklijk besluit d.d. 2 April te voren, afgeschaft.

In het vertrek ter linkerzijde bevond zich thans, behalve de brandspuit, eene groote kast met boeken en oude archiven. Buiten de godsdienstoefening wordt, op straks genoemden zolder, aan een zestal kinderen les gegeven. In het oosteinde der kerk staat de Sakristie, eene groote kast, in welke, op achttien rollen, de boeken Mozes bewaard worden ; iedere dezer rolien bevat de vijf boeken Mozes, in de Hebreeuwsche taal op parkement geschreven ; de stokken, om welken deze heilige wetten en leer opgerold zijn, zijn met eene fraaije van goud of van zilver vervaardigde kroon versierd, terwijl ieder dezer achttien rollen in een verschillend gebloemd zijden kleed ingewikkeld is. Aan de noordzijde is de bank der regenten, terwijl het geheel vrij zindelijk onderhouden wordt. De veelheid van koperen kroonen en kandelaren levert nog de sprekendste bewijzen op van de vroegere welvaart dezer gemeen te, zijnde dezelve door onderscheidene Joden, wier namen er op gegraveerd staan, aan deze kerk ten geschenke gegeven, gelijk ook de zilveren waschkom en lampetkan, in welke tevens twee opgehevene handen gegraveerd zijn ; voor het overige bevat dit bedehuis geene bijzondere versierselen.

Den 12 en 13 October 1785 hebben de Joden het honderdjarige jubelfeest dezer synagoge binnen dezelve gevierd, bij welke zoo kostbare als plegtige feestviering meer dan 1600 personen zouden tegenwoordig geweest zijn, waaronder ook de Gouverneur-Generaal Wichers , de Raden van Policie, die van Civiele Justitie, Stafofficieren en verdere hooge beambten 3). In het jaar 1827 zijn nog aanmerkelijke reparatien aan dit gebouw verrigt.

De synagoge nu bezigtigd hebbende, gingen wij op den zuidoosthoek van het plein een oud koffiehuis bezoeken, maar deze bouwvallige kast, geheet op palen gebouwd, was onbewoond en gesloten, zoodat er niets dan eene groote hoeveelheid ongedierte huisvesting vond, waardoor dit ellendig gebouw weldra tusschen het hangende rooster- en paalwerk zal instorten ; terwijl alles, vermolmd, verrot en vermodderd, niets dan verval en vergankelijkheid ten toon spreidde ; het Laken van de kleine kale biljart, zonder queue of ballen, met verrotte en beschimmelde zakken, scheen hier en daar (misschien wel met eene oude jagers policiemuts) gelapt te zijn : alles was hier misere a ruse, en verwekte bij eene dompige, onaangename stiklucht eene sombere en nare gewaarwording. Naast dit biljarthuis, bij den straks genoemden da Costa eenige verversching hebbende genoten, wandelden wij het zoogenaamde dorp oostwaarts uit, en kwamen langs den weg van het kordon weldra aan den post Gelderland, liggende nog acht a tien Nederiandsche ellen hooger, dan gezegd kerkplein.

Dan, voor en aleer wij deze buurt verlaten, welke in Julij 1828 ook met een bezoek van den Kommissaris-Generaal Joh. van den Bosch vereerd is geworden, moet ik nog zeggen, dat het hier, door de drooge ligging bij eene zuivere lucht, zeer gezond is ; het meerendeel dezes aardrugs bestaat uit gul zand, hetwelk hier en daar met bruine, leemachtige aarde en rosse keizelsteenen afgewisseld wordt. Het dorp zelf had voorheen vier dwarsstraten, zijnde nog allen kenbaar, en was 450 Rijnl. voeten lang en 300 voeten breed, op welk langwerpig vierkant men eertijds 80 b 90 huizen telde; doch in 1790 moet het reeds naar eene bijna verlatene woestijn geleken hebben, wonende er toen in 49 huizen slechts 22 armoedige huisgezinnen 4), en in October 1822 woonden er alreeds niet meer dan acht huisgezinnen 5), zoo als het nog heden zijn zal.

Men zegt in de Vaderlandsche Letteroefeningen 6) : "dat de Joden deze plaats van rust en veiligheid verlieten, en naar Paramaribo gingen, om te handelen ;" dan zij, die den landbouw verlaten hebben, zijn meerendeels verarmd geworden, ofschoon ook anderen weinig of niets vooruitgekomen zijn. Vele der aanzienlijkste Portugesche Joden zijn er op gesteld, om op de hier aanwezige kerkhoven bij hunne voorvaderen te worden begraven. De voormalige bloei van dit dorp had deszelfs oorsprong in de levering van benoodigd heden aan de toenmalige sterke bezetting van het kordon (een opengekapte weg van verdediging, welke linie, met militaire posten bezet, de regtervieugel genoemd wordt), welke thans bijna geheel onbezet is, zoodat vroegere kapiteinsposten nu door een korporaal en een paar guides bezet zijn, waardoor de handeldrijvende Israelieten dan ook reeds sedert vele jaren van hier opgebroken en naar Paramaribo vertrokken zijn.

Het pad van de synagoge naar gezegden militairen post Gelderland gaat door zeer grof, sneeuwwit zand, hetwelk met witte keisteenen vermengd is. Het was juist midden op den dag (Vrijdag, den 12den), dat wij derwaarts gingen, zoodat ons het leder bijna aan de voeten verschroeide, terwiji wij door het sterke licht met halfgeslotene oogen voort wandelden.

Links en regts van de buurt dezer Savane heeft men twee diepe, met doornen begroeide valleijen ; terwiji men aan de regterhand van dit pad, aan de helling der vallei, het Joodsche kerkhof met eene menigte marmeren grafsteenen of gedenkteekenen met Hebreeuwsche inscriptien vindt.

De post Gelderland is aan het begin van den vrij breeden kordonweg (welke de posten van den regten vleugel bevat en naar den hoofdpost Mauritsburg en vervolgens naar Imotappi, aan de Boven-Commewijne, leidt) gebouwd. Zekere Schrijfster zegt van den post Gelderland: "Het schijnt ook, dat anderen vÓÓr ons hier overeenkomst met Gelderland gevonden hebben ; want deze alhier gevestigde post draagt then naam 7)."

Zuidwest van dezen post heeft men, op een paar honderd passen afstands, aan het einde van de regts liggende vallei, eene bron van zeer zuiver water, hetwelk al druipende uit verschillende kleine openingen in eenen woesten natuurwand dezer zandrits voortkomt, welk water door eenen breeden dam van bijna puur zand, uit eene meer achterwaarts gelegene valei geflltreerd zijnde, de kieur van Maderawijn heeft. Men vangt dit druppelende water op planken en leidt het op die wijze in vaten, zijnde het door deszelfs zuiverheid na eenigen tijd in Indiaansche potten of kommen gestaan te hebben, ongemeen frisch en, door deszelfs koelheid, aangenaam te drinken. Bij den steilen wand dezer grot is de schulprits vermengd met eene slijmachtige knipklei, welke graauw van kleur is, waaruit, door de bestendige bevochtiging, vele weelderige planten groeijen. Na deze plaats bezocht te hebben, moesten wij op nieuw dit gulle zand, hetwelk zich van verre als sneeuw of eene groote bleek met linnen voordoet, doorwaden, ten einde bij de officiers woning, aan de rivierzijde, terug te komen. De zon juist in het toppunt zijnde, was de verbazende hitte op dit witte zand geheel onverdragelijk.

Na te hebben gebreakfest, besloten wij, in plaats van te slapen, de oude Joden begraafplaats iets hooger op aan dezelfde rivierzijde gelegen, te gaan bezigtigen, kunnende met de boot in een halfuur bij dezelve komen.

Van de Joden Savane af wordt de rivier meer woest, terwiji het gezigt van die zijde op dit dorpje vooral niet minder romanesk is, dan bij de aankomst. Men heeft in het opvaren aan den linkerkant, hooge, gele met roode Strepen doortrokken rotswanden, welke zoo steil als een muur opgaan en overal gaten vertoonen, in welke kleine vogeltjes nestelen. Deze steile oevers zijn met eene menigte kleine en zware boomen, klimop, bosch-tay-tay en andere planten begroeid ; terwijl op de eerste hooge rots voor het jaar 1685 de oude Joodsche kerk gestaan heeft. Iets verder heeft men mede links, in de buitenbogt der rivier, eene kleine inham of landingsplaats in het bosch, alwaar eenige kano's of coijalen onder het schaduwrijke geboomte lagen. Hier aan wal gaande, staken wij al klimmende het bosch in door gul zand en eene menigte struikgewassen, komende weldra aan de oude Joden begraafplaats, op welke eene groote hoeveelheid grafsteenen , zoowel dezulke, welke de gedaante eener prisma, als die van een langwerpig vierkant hadden, liggende in zeer onregelmatige rigtingen onder elkander verspreid ; de prachtigste dezer gedenkteekens waren die van De Meza, Cohen, Nassy, de la Parra, enz. In het midden van deze eenzame afgezonderde begraafplaatsen stond een zware statige boom, welke met deszelfs breede kruin deze stille graven overschaduwt, en de somberheid dezer plaats vermeerdert, schijnende als eenzaam en verlaten deszelfs standplaats te betreuren.

Van hier gingen wij nu al opwaarts in heet zand en klimmende naar een kamp (condrie) van Caribische - Indianen, welk kamp uit ongeveer 50 a 60 zielen bestond ; echter is het juiste getal niet naauwkeurig te bepalen, daar de dorpskapitein Papegaai niet eens zijnen eigen ouderdom wist, veel minder de bevolking van dit kamp. De plaats, alwaar de Indianen hun kamp opgeslagen hadden, was geenszins bevallig, als liggende in een woest bosch, te midden van geel maalzand, even als bij Norg, in het landschap Drenthe.

Ook deze Indianen waren geheel en al met Coesoewee beschilderd ; de vrouwen hadden onder en boven de kuiten breede, blaauwgeverfde katoenen banden om de beenen gebonden, en de mannen droegen een blaauw lijnwaad, in plaats van eene camies, en een dito sluijer over den schouder. Na hier op een stuk gerookte of gebarbacotte beveraal, zoo dik als een mansbeen, onthaald te zijn, waarvan de reuk en het gezigt zoo voldoende waren, dat wij den smaak ontberen konden, gingen wij, na ook nog een stuk schors van den Kweebie of Kweepie, een boom van meer dan een voet in diameter, te hebben present ontvangen, te voet, onder een:

"Ein freyes Leben führen wir ,

Ein Leben ohne Sorge enz,"

door het zand naar de Savane terug ; maar ofschoon niet meer dan een uur van daar verwijderd zijnde, viel ons dit slingerpad door het zwaarste maalzand, terwijl wij tusschen de groepen kreupelhout niet zelden beraadslaagden, welken weg in te slaan, verschrikkelijk lang ; zinkende, terwijl ons het zweet tapswijze van het gezigt stroomde, stap voor stap tot over de schoenen in het pure en zeer heete zand weg. Echter wordt deze barre zandwoestijn op eene bevallige wijze door bloemdragende doornheesters en eene menigte wilde ananassen, op welke zich vele en verschillende prachtige sprinkhanen en kapellen bevonden, afgewisseld. Op den post Gelderland gekomen, wandelden wij langs den bovengenoemden weg naar de officiers woning aan de rivier terug.

(Zaturdag morgen den 13 September)

Tot zoo verre dan het van de Joden Savane, in mijne tot nog toe onuitgegevene Reisbeschrijving naar de Nederiandsche Westindische Bezittingen, aangeteekende gevolgd ; waarmede wij dit verslag als voldoende schouwen, om van dit dorpje eenig denkbeeld te verkrijgen. Alleen moet ik nog melden, dat hetzelve door kwaadwillige brandstichters, op den 10 September 1832, bijna geheel verwoest is, daar vijf der voornaamste huizen en bijgebouwen eene prooi der vlammen zijn geworden. De brand ontstond in een onbewoond huis van den boedel M. de la Parra, hetwelk regt tegenover de synagoge stond, van waar de brand in het groote hieraan belendende huis van den oud-burgerkapitein der divisie boven-Suriname, den Heer Jacob de Meza, oversloeg, hetwelk, met het huis van nu wijlen Josua de la Parra (in December 1832 overleden), en nog twee andere huizen, totaal afbrandde, waardoor men het dorp als vernietigd kan beschouwen ; terwijl ook door de reeds vermelde armoede van de nog daar zijnde bewoners en de steeds afnemende bevolking aan geene herbouwing denken doet.

 

1) Sommige Surinamers zijn in het verkeerde denkbeeld geweest , dat de Branti-Maka dezelfde struik was , dien men te Curacao en in andere gedeelten van de Spaansche Westindische volkplantingen Cuaco noemde ; echter is de eerste een heester en de laatste eene rank.

2) Vergelijk het door NASSY geschreven werkje Essai Historique

3) Zie de over dit jubelfeest in het licht gegevene beschrijving , bl.

4) Historische Proeve , enz. I D. H , U. 47.

5) Vaderlandsche Letteroefeningen , Mengetwerk , voor 1823 , bl. 183.

6) Zie vorenstaand nommer.

7) Vaderlandsche Letteroefeningen , Mengelwerk , voor 1823 , bl. 187.

Press browser-back-button